Analyse: de puberende biercultuur in Nederland

Analyse van de Nederlandse biercultuur

Iedere bierliefhebber zal het beamen: er zijn momenteel grootse ontwikkelingen gaande in bierland. De nieuwste ontwikkeling: supermarkten als Albert Heijn en Jumbo verkopen steeds meer alternatieven voor de ‘standaard Belgen’ en het eeuwige pils. Een vloek volgens de een, een zegen volgens de ander. Volgens mij is het vooral een stapje richting het volwassen worden van de huidige Nederlandse biercultuur. Die is namelijk zwaar aan het puberen. Niet in de laatste plaats de hele ‘craft beer’ scene.

Even een korte aanloop naar de huidige situatie die de meesten bekend zal voorkomen. Jarenlang bestond het bieraanbod in supermarkten uit weinig meer dan pils, pils, pils en wat typische Belgische abdijbieren. Voor alles wat daarvan afweek moest je enorm goed zoeken.

De ‘craft beer-revolutie’

Inmiddels is daar het fenomeen wat volgens velen de ‘craft beer’-revolutie is. Kleine brouwers experimenteren steeds meer met extremere bieren, diverse stijlen en brouwtechnieken als dry hopping en lagering op hout. Het resultaat: bier dat afwijkt van de voor Nederlanders zo bekende Belgische stijlen. In de praktijk gelden vooral stijlen uit Engeland en Amerika als grote inspiratiebron. Hele horden ‘beer geeks’ lustten er wel pap van en ook de casual kring daaromheen maakte kennis met het fenomeen.

Die hype is de grote brouwers niet ontgaan. Diverse grote jongens als Brand, Gulpener en Grolsch speelden op de behoefte aan ‘wat anders’ in en kwamen met eigen interpretaties op het genre. Met wisselend matig succes: vaak waren de bieren een compromis tussen de ‘nieuwe smaken’ en de toegankelijkere stijlen die ze gewend waren te brouwen voor de massa.

Middenweg-biertjes met een functie

Maar die middenweg-biertjes hebben – wat biernerds er ook van vinden – wel een functie: de massa bekend maken met andere stijlen. Ondertussen raakt die massa steeds meer gewend en verwend met andersoortige bieren. Die trend ontging de Albert Heijn en Jumbo niet: zij voeren nu naast Engelse en Amerikaanse bieren als Goose Island en Meantime ook wat meer binnenlandse brouwers als Jopen en De Molen. Zelfs regionale, kleine brouwerijen ontbreken niet in de strategie. Ambacht is immers populair. De IPA is daarbij als ‘nieuwe stijl’ favoriet, niet voor niets gingen merken als Brand en Gulpener daarmee al eerder aan de haal.

Wat mij betreft is dat het duidelijkste teken denkbaar van een absoluut en belangrijk kantelpunt in de biermarkt. De huidige scheiding tussen ‘beer geeks’ met hun zo gekoesterde ‘craft beer’ en dat wat de gemiddelde bierliefhebber drinkt zal langzaam maar zeker vervagen. Voor de massa zal pils nog wel even de bierstandaard blijven, maar daaronder is een enorme brede onderstroom van ‘casual’ bierliefhebbers die wel pap lusten van wat anders dan hun Leffe’s en Grimbergens.

Niet alles is cool

Aan de andere kant zal de hardcore beer geek kritischer worden, en niet meer alles meer klakkeloos ‘cool’ vinden als het maar uit de VS afkomstig is en vrachtwagenladingen hop, houtrijping of kilo’s zwarte mouten bevat. Want die extremere hoek gaf weliswaar de voedingsbodem voor veel nieuw experiment, maar gaf ook veel ongebalanceerde brouwels die voornamelijk bestonden vanwege het effectbejag en de geekness-factor. En de geilheid en het charisma van het nieuwe en afwijkende is ook niet meer zo sterk, met al dat soort stijlen overal op bierfestivals en straks ‘gewoon’ op het schap van de supermarkt. Als je moeder ook een IPA drinkt, is het ineens toch net wat minder cool.

Tanende kwaliteit?

Een klacht die momenteel rondwaart in bierland is de afnemende kwaliteit van veel kleinere brouwers die zich nu nog presenteren als ‘craft’. Ook die trend is geheel verklaarbaar en heeft alles te maken met de groeifase waarin de markt zich momenteel bevindt. Het bier dat zij brouwen is momenteel populair, en dat zorgt voor veel meer kritische neuzen en tongen. Daarbij zijn er bierfestivals in overvloed, de drempel voor de hobbybrouwer zich op dergelijke festivals te begeven wordt steeds kleiner. Tussen die grote vloed aan ‘nieuwe brouwers’ bevindt zich ongetwijfeld een deel dat een kwalitatief inferieur product presenteert.

Aan de andere kant valt een deel van de beer geek-brouwers die is gestart uit enthousiasme en revolutionaire doelstellingen door de mand en komen zij erachter dat het maken van een goed biertje meer behelst dan het toevoegen van maar zoveel mogelijk hop of mout. Het kaf scheidt zich vanzelf van het koren.

Koffiedik

Waar het precies naartoe gaat in Nederland Bierland is natuurlijk koffiedik kijken, laat staan op wereldschaal. MIjn voorspelling is dat de bierwereld uiteindelijk wat meer op de whiskywereld gaat lijken. In plaats van brouwers te verdelen in ‘old school en dus saai’ en ‘nieuw, extreem en dus goed’ zal kwaliteit steeds belangrijker worden. Bieren worden weer per bier beoordeeld, niet of minder op imago of hypefactor. Kwaliteit kan net zo goed van een grote, commerciële brouwer vandaan komen als van een kleintje. Handwerk maakt geen beter bier. ‘Craft’ maakt niet per se lekkerder. Net als dat industriële machines geen slechter bier maken. Hooguit constanter. Bieren zullen weer eerlijker beoordeeld worden op hun kwaliteit in geur, smaak en beleving, of het nu gaat om een Belgische blonde of een houtgerijpte RIS.

Valkuilen

Het is nu de vraag of de grote brouwers niet blijvend in de val lopen van bijvoorbeeld uiterlijk vertoon. De zware filtering die Brand op hun IPA toepast is daar bijvoorbeeld geen goede voorbode van. Ook het drukken van kosten komt het resultaat vaak niet ten goede. Maar anderzijds is het voor kleintjes ook uitkijken: infecties, brouwfouten en zwaar ongebalanceerde brouwsels liggen op de loer. Ook het ‘anders doen omwille het anders doen’ is geen voorbode voor kwaliteit. En voor kleintjes die opschalen is het de vraag of ze kwaliteit kunnen handhaven. Kortom: voor groot en klein zijn er valkuilen genoeg. En de consument pikt steeds minder, want die wordt steeds kritischer. Zeker nu het laagdrempelig kan kennismaken met wat andere bierstijlen dan zij voorheen gewend waren. Met dank aan Jumbo en Albert Heijn.

Sites als deze, maar ook bierkenners moeten wel hun verantwoordelijkheid nemen en brouwers wijzen op die valkuilen. Klagen zonder brouwers bij de naam en toenaam te noemen, daar heeft niemand wat aan. Met zijn allen moeten we zorgen voor betere kwaliteit. Eerlijkheid is geboden, ook richting brouwcollega’s.

De huidige relletjes en ontwikkelingen zijn in ieder geval duidelijke kinderziektes en groeipijntjes. Heel normaal voor een puberende biercultuur op weg naar volwassenwording.

Comments

comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *